Meer aandacht nodig voor minderjarig slachtoffer in strafproces

Het rapport ‘De bescherming van minderjarige slachtoffers, implementatie van internationale voorschriften in nationale wet- en regelgeving en in de praktijk’ is uitgevoerd door Mr. J. E. Sondorp en Drs. C. E. Hoogeveen van VanMontfoort.

Verschillende internationale richtlijnen en verdragen beogen minderjarige slachtoffers van misdrijven te beschermen in het strafrecht. Bescherming van het slachtoffer als het gaat om de toepassing van het strafrecht is daarnaast een prioriteit van het huidige kabinet. In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) heeft Bureau VanMontfoort alle relevante bepalingen in internationale verdragen (denk aan Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind) en EU-richtlijnen (bijvoorbeeld over mensenhandel, uitbuiting en seksueel misbruik) geïnventariseerd. Het blijkt dat de meeste internationale voorschriften in Nederland zijn omgezet in nationale wet- en regelgeving. Uit het onderzoek blijkt dat er op diverse vlakken echter nog wel werk te doen is, met name bij het in praktijk brengen ervan. We noemen er enkele.

Een eerste punt waarop verbetering mogelijk is betreft de beschikbare trauma-expertise voor jeugdige slachtoffers in Nederland: die is er nog te weinig.

Wat betreft de privacy van slachtoffers kunnen persoonsgegevens zoals het woonadres in principe buiten een strafdossier worden gehouden, maar het initiatief om dit te doen ligt nog te vaak bij het kind zelf of bij ouders, advocaat of slachtofferhulp. Ze moeten soms nog veel moeite doen zoiets voor elkaar te krijgen.

Ook zijn minderjarige slachtoffers vaak niet tevreden over hoe ze door politie en justitie op de hoogte worden gehouden in een strafzaak. Ze moeten vaak zelf vragen om informatie en die is regelmatig niet voorhanden of te krijgen.

Volgens internationale regels moeten minderjarigen verder zo weinig mogelijk worden verhoord en alleen door deskundigen: ook aan deze vereiste kan Nederland in veel gevallen nog niet voldoen. Minderjarige slachtoffers mogen geen trauma oplopen door het verhoor. Dat betekent dat het verhoor gedaan moet worden door speciaal opgeleid personeel, bij voorkeur van hetzelfde geslacht en door dezelfde persoon, mochten er meerdere verhoren plaatsvinden. Slachtoffers onder de 12 jaar worden (met name bij zwaardere delicten) regelmatig in een speciale verhoorstudio verhoord. Maar bij oudere jeugdigen gebeurt dit meestal niet, terwijl dat volgens internationale voorschriften wel zou moeten. Verhoren dienen volgens internationale voorschriften ‘eenmalig’ en volgens nationale wetgeving ‘tot een minimum’ beperkt te blijven. In de praktijk zien de onderzoekers dat ook dit regelmatig niet lukt.

Naast de hiervoor genoemde verbeterpunten is in het rapport ook benoemd dat politie en ook andere partners in de strafrechtsketen wel degelijk de afgelopen jaren investeerden in verbetering van de bescherming van slachtoffers en daarmee op de goede weg zijn.

Onderzoekers constateren dat investeringen bij opsporingsinstanties nodig zijn om te komen tot een cultuur waarin slachtofferrechten als een vanzelfsprekend onderdeel van het werk worden gezien. Genoeg werk aan de winkel dus voor het Ministerie van Justitie en Veiligheid om alle organisaties in de strafrechtketen aan te sporen hier meer werk van te maken. Het geschetste totaaloverzicht in het rapport biedt een mooie basis om te kunnen bepalen waarop geïnvesteerd moet worden de komende jaren om de bescherming van minderjarige slachtoffers te verbeteren.

Lees het volledige rapport of de samenvatting.
Lees het nieuwsbericht van het WODC.

Deel artikel

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *