Interview Marion Herben over haar onderzoek naar onze methodiek Nieuwe Perspectieven

Marion Herben is gedragswetenschapper, onderzoeker en ontwikkelaar bij het jeugdinterventieteam (JIT) van Xtra plus in Den Haag. Vanuit het veld is zij gestart met haar promotieonderzoek waarin zij onder andere de methodiek Nieuwe Perspectieven heeft onderzocht. Wij zijn benieuwd naar haar bevindingen.

Marion, waar gaat jouw promotieonderzoek over?
Mijn promotieonderzoek treft twee onderwerpen, namelijk 1) de uitkomsten van de jeugdinterventies Nieuwe Perspectieven en ReSet en 2) het komen tot een onderzoeksdesign waarmee recht wordt gedaan aan de weerbarstige praktijk en waarin verschillende invloedrijke aspecten zijn opgenomen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het professioneel handelen, de doelgroep kenmerken, ervaringen van de doelgroep, de volgorde van activiteiten en de resultaten op (voorliggende) doelen.

Wat is jouw motivatie geweest om met dit onderzoek te starten?
Om mijn drive te begrijpen ga ik terug naar mijn 17e jaar toen ik vol idealisme in de zorg ging werken; eerst in de zwakzinnigenzorg, in de jaren erna in de verslavingszorg, de crisishulpverlening, bij Reclassering Nederland en bij Bureau Jeugdzorg. In die jaren brokkelde mijn idealisme langzaam af. Ik zag een bepaalde gelatenheid bij collega’s en miste betrokkenheid. Gedurende de jaren werd mijn overtuiging groter dat ik bij wilde dragen aan een verbetering van het sociaal werkgebied.

Toen ik de Master Social Work deed kwam mijn interesse in onderzoek en methodisch handelen naar voren. Ik kreeg de tools in handen om onderzoek uit te voeren en een verbeterslag te kunnen maken. Ik zag in die periode meerdere interventies, waaronder NP, bij gebrek aan onderzoek uit de databank Effectieve Jeugdinterventies verdwijnen. Een heropname op basis van mijn onderzoeksuitkomsten, dat zou geweldig zijn.

Je begint je proefschrift met een discussie over Evidence-based practice, het verlenen van hulp en zorg op grond van een wetenschappelijke kennisbasis. Wat is jouw mening over evidence-based werken?
Er is sprake van begripsverwarring rondom Evidence-based practice. Mensen denken dat EBP verwijst naar effectieve interventies in een databank terwijl het begrip staat voor het handelen op basis van drie kennisbronnen namelijk: de eigen ervaringskennis van professionals, de ervaringen van de jongeren en gezinnen en als derde kennisbron het raadplegen van relevant praktijkgericht, wetenschappelijk onderzoek. Ik denk dat daar niets mis mee is. De kosten voor de zorg zijn erg hoog en naast of in de plaats van een verantwoording in de vorm van tijdregistratie, verwachten gemeenten tegenwoordig een verantwoording van de resultaten.

Het ontbreekt bij organisaties overigens nog regelmatig aan een ingebedde meet en verbetercyclus; dit is noodzakelijk voor het Evidence-based werken. Als onderzoek (hoe en wat er wordt gemeten) aansluit bij wat er in een bestaande praktijk al aanwezig is dan kunnen professionals veel baat hebben bij een dergelijke, ingebedde kwaliteitscyclus. Deze maakt niet alleen inzichtelijk wat er in de dagelijkse praktijk wordt gedaan en hoe dit kan worden verbeterd, het kan ook de registratielast voor professionals verminderen doordat er één helder registratiesysteem wordt gehanteerd.

Je geeft een pleidooi voor het sociaalwerkonderzoek. Kun je uitleggen wat dat precies is?
Met sociaalwerkonderzoek bedoel ik wetenschappelijk, praktijkgericht (of praktijkgestuurd) onderzoek naar de uitvoering van het sociaal werk. Sinds 2008 wordt de Master Social Work aangeboden die professionals vanuit uiteenlopende disciplines in het sociale werkveld opleidt in het academisch denken en in het verrichten van sociaalwerkonderzoek. Dit onderzoek heeft als ideaal om voor, door en met professionals en de doelgroep uit de desbetreffende praktijk, bruikbare kennis te genereren.

Zo hebben we bijvoorbeeld een meetcyclus van de interventie Nieuwe Perspectieven geïmplementeerd die aansluit bij de praktijk. Daarbij is gebruik gemaakt van gevalideerde instrumenten zoals Goal attainment scores (GAS) waar afstemming op de praktijk mogelijk is, en zijn er bepaalde profielen opgesteld die vaak voorkomen in de doelgroep. Op deze manier kunnen de hulpverleners uit eigen data putten om te zien wat werkt voor welke doelgroep. Juist sociaalwerkonderzoek levert handelingskennis op, waar je je als werker in de dagelijkse praktijk op kunt baseren.

In je onderzoek heb je zelf onderzoek gedaan naar de interventie Nieuwe Perspectieven. Waarom koos je voor deze interventie?
Nieuwe Perspectieven is een kort durende intensieve ondersteuning aan jongeren tussen de 12 en 24 jaar oud, die ik zelf jaren heb uitgevoerd. Met de lage caseload van vier jongeren of gezinnen kregen we als professionals alle ruimte om echt aan te sluiten bij het gezin en samen met de jongere een ontdekkingsreis aan te gaan. Een aanzienlijk deel van de jongeren heeft namelijk eerder (vaak weinig succesvolle) hulp in een (dreigend) gedwongen kader doorlopen. Als deze jongeren uit beeld verdwijnen en later opnieuw in beeld komen is de situatie vaak schrijnend. Ik heb als professional zelf ervaren dat je door middel van dwang personen niet aan je kunnen binden. Om een persoon aan je te kunnen binden is er aansluiting nodig bij het unieke individu. Aansluiting in tijd, tempo, taal en bij het ervaren perspectief. Daarvoor zijn een open kijk en het komen tot een prettige werkrelatie van essentieel belang.

Wat me aantrekt zijn de elementen: samen ervaren, samen situaties aangaan waarbij je live kunt coachen. Je zíet dan precies waar de jongeren al vaardig zijn en waar nog niet, en waar ze gefrustreerd van raken. Door het mee te gaan lopen, zie je wat er gebeurt bij de loketten en waar de miscommunicaties zijn. Moeilijke situaties kan je ter plekke gaan oefenen, eerst door het voor te doen, daarna door ze live te coachen. Volgens mij de enige manier om multiprobleem jongeren of gezinnen te begeleiden. En blijkbaar zien de jongeren het zelf ook zo: het percentage zelfmelders (waarschijnlijk door mond tot mond reclame onder jongeren) is maar liefst 80 tot 85% bij het JIT.
Met mijn promotieonderzoek streef ik er naar om zowel specifieke als algemene werkzame elementen, van NP en ReSet, twee preventieve interventies, verder te onderzoeken en breder onder de aandacht te brengen. De werkzame elementen zijn opgenomen in een enquête en er is een relatie gelegd met de resultaten op de doelen.

Wat zijn de belangrijkste uitkomsten in het onderzoek naar de interventie Nieuwe Perspectieven?
Uit mijn onderzoek wordt duidelijk dat de volgorde van activiteiten een rol kan spelen in het succes van de hulp. Met name bij dak- en thuisloze jongeren en jongeren die uit detentie komen zijn veel basiszaken niet op orde. Er is geen correcte GBA inschrijving, geen ziektekostenverzekering, geen DigiD en het ontbreekt aan geld voor bed, bad en brood. Het blijkt dat deze zaken eerst in orde moeten worden gebracht. Daarbij is het van belang dat jongeren bereikbaar zijn en zich kunnen verplaatsen van A naar B. Als er niet eerst aandacht is voor deze zaken dan zien we dat jongeren uit beeld raken of de begeleiding stagneert. Een soortgelijke bevinding zien we bij housing first waar huisvesting niet eerst moet worden verdiend maar waar wordt gestart met het aanbieden van huisvesting om dakloosheid tegen te gaan.

Daarnaast is een van de werkzame elementen de kracht van de hulpverlener. Als de hulpverlener open-minded en onbevooroordeeld het contact met de jongere aangaat, is het succes groter. Open-minded betekent dat de hulpverlening start als een nieuw begin met een begeleider die zich geheel toewijd aan de jongere, onbevangen en los van verwachtingen. Dit kan hij/zij doen door bijvoorbeeld eerdere dossiers samen met de jongere te lezen zodat beiden dezelfde informatie tot zich nemen en de jongere des gewild direct kan toelichten. Bij hulpverleners die minder open-minded en onbevooroordeeld is het percentage afgebroken trajecten groter.

Ook wordt zichtbaar dat een aanpak niet een op een kan worden gekopieerd naar een andere doelgroep. Door middel van een mixed-methods design heb ik onderzocht wat wanneer en in welke situatie werkzaam is. Wat voor dakloze jongeren met politie contacten in het algemeen werkzaam is, is mogelijk niet langer werkzaam als er psychisch klachten op de voorgrond spelen of in geval van een verstandelijke beperking. Bijvoorbeeld: bij dakloze jongeren met politie contacten is de vaart en het snel kleine successen behalen belangrijk, terwijl bij jongeren met psychische klachten het belangrijk is dat de hulpverleners heel present zijn en goed kunnen aanvullen.

Samenvattend is NP succesvol. Maar dat vraagt wel om competenties van de professional, en het vraagt om een doorontwikkeling omdat het geoptimaliseerd kan worden per doelgroep. Meer resultaten zijn te lezen in vijf artikelen die de komende maanden verschijnen in verschillende vakbladen, zie onderstaand meer informatie.

Het onderzoek is vanuit de praktijk opgezet. Wat vraagt het (van jou, organisaties, professionals en jongeren) om zo’n wetenschappelijk onderzoek naar een interventie op te zetten?
Het onderzoek was erg arbeidsintensief en het eiste door de maatschappelijke en politieke werkelijkheid veel geduld van de onderzoekers. Ik heb het onderzoek overigens niet alleen gedaan, maar in nauwe samenwerking met Anne Hoogveld. Ondanks veel draagvlak voor het onderzoek zijn er toch omstandigheden geweest waardoor gemeenten tijdens het onderzoek hun financiering stopten wat invloed heeft gehad op het methodisch handelen, wat op zijn beurt zijn weerslag heeft gehad op de mogelijkheid te onderzoeken. Daarover schrijf ik in het artikel dat deze maand is uitgekomen in Sozio.

Van de professionals vraagt het ook veel. Bij Nieuwe Perspectieven is er een methodiekgroep opgezet waarin alle disciplines (dus uitvoerende professionals, inhoudelijke ondersteuners en het management) zijn vertegenwoordigd. Op deze manier kon de informatie vrijwel direct worden ingezet ter verbetering (doorontwikkeling) van de methode. Zo zijn gedurende het onderzoek diverse formulieren doorontwikkeld zoals een toekomstplan, een cliënttevredenheidformulier waar de professionals mee gingen werken. Uiteindelijk zijn professionals blij met de minimalisering van verantwoording, omdat het aansluit bij de praktijk. Maar het was wel belangrijk om de omslag in registratie te ondersteunen. Daar valt overigens nog wel wat winst te behalen.

Van de jongeren heeft het een minimale investering gevraagd. We hebben klankbordgroepen opgezet, maar deelname daaraan was vrijwillig en met beloning. Jongeren leken dat leuk te vinden. Andere jongeren zijn geïnterviewd, hebben de cliënttevredenheidlijst ingevuld en gas scores gegeven aan gestelde doelen. Hier hebben zij niet over geklaagd.

En wat levert de informatie op? Voor organisaties, gemeenten, professionals en jongeren?
Doordat het promotieonderzoek in geval van Nieuwe Perspectieven is opgevolgd met een doorontwikkeling heeft dit proces geleid tot een concreet, verbeterd aanbod. Dit is wenselijk voor zowel organisaties, gemeenten, professionals als jongeren. Maar we zijn nog niet klaar. We zetten het onderzoek en de doorontwikkeling voort in Haaglanden, Utrecht en Gelderland, om nog meer inzicht te krijgen in wat, wanneer en bij wie werkzaam is.

Een ander resultaat is dat er met de onderzoeksresultaten een continue meet en verbetercyclus is ontwikkeld die landelijk kan worden uitgerold naar andere NP-teams. Dit vergemakkelijkt een vijf-jaarlijkse herbeoordeling voor de databank, als in 2020 of 2021 de heropname in de databank tenminste een feit wordt. Tevens hoop ik met mijn proefschrift en artikelen meer aandacht te vestigen op preventieve jeugdinterventies in het algemeen.

Artikelen van Marion Herben:
1. Methodisch handelen in de dagelijkse praktijk, verschenen in Sozio (juni).
Gaat over de rol van beleid en wetgeving op het methodisch handelen van professionals in de jeugdhulp.

2. Motiverend vermogen als competentie, eind augustus te lezen in het vakblad Sociaal Werk.
Gaat over hoe gezinnen en jongeren met het kenmerk zorgmijdend of bestempeld als minder gemotiveerd, toch kunnen worden gemotiveerd tot hulp.

3. Het tijdperk van uitsluiting, in oktober te lezen in het tijdschrift voor GGZ.
Gaat over een maatschappelijk thema namelijk uitsluiting en hoe in de (NP en ReSet) hulp aan deze uitgestotenen een generalistisch en specialistisch aanbod met elkaar wordt verbonden.

4. Gevraagd: Vakman met lef! wordt online gepubliceerd door de redactie van het vakblad Sociale Vraagstukken
Gaat over gevonden eigenschappen van goede, effectieve jeugdprofessionals.

5. Werkzame elementen van de preventieve interventies NP en ReSet, nog te publiceren
Het artikel gaat over de verdeling van de verschillende invloedrijke elementen op succesvolle hulp.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *