Ingrijpen in de jeugdbescherming? | VanMontfoort

Ingrijpen in de jeugdbescherming?

Door Sijko Wierenga

Vandaag, 23 juni, meldde Binnenlands Bestuur dat minister Dekker van Rechtsbescherming overweegt in te grijpen in de Brabantse jeugdbescherming. Aanleiding is de cliëntenstop die Jeugdbescherming Brabant heeft ingesteld.

Het is de volgende stap in de steeds groter wordende misère bij de jeugdbeschermingsorganisaties. Minister Dekker komt vooralsnog niet veel verder dan ‘zwartepieten’. Maar dat lijkt me niet heel constructief. De vraag is: “Gaan we deze problemen nu eens een keer aanpakken? En dan niet met een volgend onderzoek, maar met actie die morgen écht helpt?”

Uitstroompercentage

Ik heb niet de illusie het antwoord op alle problemen voorhanden te hebben. Maar ik zit al een tijdje te puzzelen op het meest in het oog springende gegeven in deze rampspoed: het uitstroompercentage bij veel jeugdbeschermingsorganisaties van boven de twintig procent per jaar. Uit onze adviespraktijk weet ik dat dit al een aantal jaren gaande is. Onvoorstelbaar. “Welke organisatie kan dit overleven?”

Nu wordt er veel over de jeugdbescherming gesproken. We zijn het er zo langzamerhand over eens: het systeem van de jeugdbescherming deugt niet. Er is een systeemverandering nodig. “Maar  gaat een systeemverandering dat bizarre uitstroompercentage naar beneden brengen?

Lokale jeugdhulpteams

Ik wil dit probleem eens anders benaderen, door te kijken naar de jeugdbeschermers en hun dagelijkse uitdagingen. “Waarom geven deze bevlogen mensen er de brui aan, professionals die ooit voor dit vak hebben gekozen uit liefde voor kinderen in de knel?”

Ik heb de afgelopen jaren een flink aantal jeugdbeschermers gesproken en rondgelopen in de organisaties waar zij werken. Ik ben ook betrokken geweest bij veel lokale jeugdhulpteams en ik heb daar ook veel professionals gesproken. En wat mij opviel is dat er zoveel ex-jeugdbeschermers in de lokale teams werken. En als ik ze dan vroeg: “waarom ben je overgestapt?” kreeg ik  een aantal reflecties op hun tijd als jeugdbeschermer:

  • Alleen maar kinderen en gezinnen met veel problemen helpen was emotioneel te zwaar. Vooral de gezinnen waarin de ouders met elkaar in gevecht zijn. Ik ben blij dat ik nu ook gezinnen kan helpen waar de problemen wat minder ernstig zijn.
  • Ik voelde me als jeugdbeschermer niet echt ondersteund door mijn manager en door de organisatie als geheel. Ik stond er teveel alleen voor en dan heb je ook nog eens de permanente dreiging van een tuchtrechtzaak.
  • Ik had veel meer gezinnen te helpen dan in feite mogelijk was. Dat kwam door vacatures en het gebrek aan geld om meer mensen aan te nemen. Je kunt je werk niet doen op de manier waarop je zou willen.

En als ik ze vroeg wat nu zo plezierig anders is in het lokale team, dan kreeg ik als antwoord:

“Ik kan nu ook echt helpen, terwijl ik in de jeugdbescherming vooral met de
organisatie van de hulp bezig was. Ik kan mijn vak weer uitoefenen!”

Als ik deze antwoorden analyseer hebben enkele echt te maken met het systeem en de jeugdwet. Zo staat er in de jeugdwet dat organisaties aan wie de jeugdbescherming is opgedragen geen hulp mogen bieden. Dat is wel een zeer effectieve manier om mensen die kinderen willen helpen uit de jeugdbescherming te jagen.

Wat kunnen we wel doen?

Ik vraag me af of we niet nu al iets aan het gebrek aan jeugdbeschermers kunnen doen. En dan iets anders dan de arbeidsvoorwaarden aantrekkelijker maken of te investeren in zij-instromers. Laat ik een andere suggestie doen: “waarom zouden gemeenten de jeugdbeschermingsorganisaties niet te hulp kunnen schieten?”

Door bijvoorbeeld de ervaren professionals in de lokale teams voor een deel van hun tijd uit te lenen voor hulp aan gezinnen uit de eigen gemeente die in de jeugdbescherming zitten. Want laten we wel wezen: het gaat hier om ‘hun’ kinderen, de gemeente heeft een zorgplicht voor deze kinderen. Dit staat ook in de jeugdwet. En misschien rust hier nog een zwaardere plicht bij gemeenten dan de ondersteuning van kinderen en gezinnen met minder grote problemen. Ik verwacht dat er ex-jeugdbeschermers in de lokale teams te vinden zijn, die een mix van lichtere en zwaardere casussen best zien zitten.

Ik heb dit zelf eens voorgesteld in een gemeente. In eerste instantie vonden ze het daar een gekke suggestie, maar later kwamen ze er op terug. “Sijko, je hebt eigenlijk wel gelijk, het zijn onze kinderen”. Ik weet niet of het uiteindelijk echt is gebeurd, maar waarom zou je het niet eens proberen? Als je een lastig probleem wilt aanpakken moet je af en toe oplossingen buiten de gebaande wegen zoeken.

Ik zet mij graag in om deze en andere praktische oplossingen te bedenken. Dit geldt voor het hele team van VanMontfoort. Wij helpen net zo graag mee om ze ook te realiseren!

Deel artikel

0 reacties op “Ingrijpen in de jeugdbescherming?

  • Angeline de Graaff zegt:

    Bijzonder dat je dit concludeert. Veel mensen bij het cjg of de gemeente dragen casuïstiek bij de rvdk aan vanwege de zwaarte van de casus. Dus die personen inzetten bij jeugdbescherming? Ik weet niet of ze daar allemaal op zitten te wachten.
    En is het niet zo dat de casussen nu vanzelf bij de gemeenten blijven liggen omdat er geen doorstroom is naar het dwang kader?

    • Sijko Wierenga zegt:

      Hoi Angeline,
      Dank voor je reactie. Ze zullen er niet allemaal op zitten te wachten, dat denk ik ook. Aan de andere kant waarom zouden ex-jeugdbeschermers niet voor een deel van hun werktijd uitgeleend kunnen worden aan een GI? Voor veel van deze professionals zou een evenwichtige caseload, met zware en lichte casussen prima kunnen. Het vraagt natuurlijk wel om moed bij de gemeente om prioriteit te geven aan gezinnen/kinderen met een OTS.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *