De viervensters

De viervensters, een analysemodel dat u helpt om beter beslissingen te nemen en om systematisch te leren van de praktijk. Het model is geschikt voor alle vormen van  sociaal werk, zoals  jeugdhulp, WMO en de uitvoering van de participatiewet. Al meer dan 1000 professionals in het land maken gebruik van dit model in hun dagelijks werk.

1 Wie zijn de mensen?

Welke mensen vinden het belangrijk dat het goed gaat met deze persoon? Ouders, broers, zussen, kinderen, familieleden, vrienden, kennissen, buurtgenoten, collega’s, hulpverleners, …

Hulpmiddelen: GenogramPlus, Bolletjesschema, …

 

 

2 Wat zijn de feiten?

Tijdlijn
Wat zijn belangrijke levensgebeurtenissen geweest (denk aan verhuizing, scheiding of geboorte)? Welke relevante hulp of (juridische) interventies zijn er ingezet?

Zorgen en krachten
Wat gaat goed? Waar liggen kansen? Welke zorgen zijn er? Waar moet rekening mee gehouden worden?

Let op: onderscheid feiten van meningen, gebruik concrete taal en geen vaktermen.

content-ring

4 Wat zijn de volgende stappen?

De beslissing
Welke feiten vormen samengevat de onderbouwing van de beslissing of de afweging? Welke concrete stappen worden er gezet? Wanneer en door wie? Wat als de situatie verandert (plan B)?

De niet genomen beslissing
Hoe gaan we om met de gevolgen van de beslissing die niet genomen is? Welke mogelijkheden zijn er voor (gedeeltelijk) herstel?

Hulpmiddelen: plan van aanpak, familiegroepsplan, herstelplan, veiligheidsplan, …

3 Hoe wegen we de situatie?

De weging
Voor welke afweging of beslissing staan we? Welke criteria gelden er voor deze beslissing of afweging? Welke feiten spreken voor en tegen deze beslissing of afweging?

De toekomst
Wanneer is het ‘goed genoeg’? Wat betekent de beslissing of afweging voor de (nabije) toekomst van deze persoon?

De uitkomst
Welke beslissing neem ik/welke afweging maak ik?

Hulpmiddelen: schaalvragen, richtlijnen, criteria voor de te nemen beslissing, toepasselijke wet- en regelgeving, …

1 Wie zijn de mensen?

Welke mensen vinden het belangrijk dat het goed gaat met deze persoon? Ouders, broers, zussen, kinderen, familieleden, vrienden, kennissen, buurtgenoten, collega’s, hulpverleners, …

Hulpmiddelen: GenogramPlus, Bolletjesschema, …

 

2 Wat zijn de feiten?

Tijdlijn
Wat zijn belangrijke levensgebeurtenissen geweest (denk aan verhuizing, scheiding of geboorte)? Welke relevante hulp of (juridische) interventies zijn er ingezet?

Zorgen en krachten
Wat gaat goed? Waar liggen kansen? Welke zorgen zijn er? Waar moet rekening mee gehouden worden?

Let op: onderscheid feiten van meningen, gebruik concrete taal en geen vaktermen.

content-ring

3 Hoe wegen we de situatie?

De weging
Voor welke afweging of beslissing staan we? Welke criteria gelden er voor deze beslissing of afweging? Welke feiten spreken voor en tegen deze beslissing of afweging?

De toekomst
Wanneer is het ‘goed genoeg’? Wat betekent de beslissing of afweging voor de (nabije) toekomst van deze persoon?

De uitkomst
Welke beslissing neem ik/welke afweging maak ik?

Hulpmiddelen: schaalvragen, richtlijnen, criteria voor de te nemen beslissing, toepasselijke wet- en regelgeving, …

4 Wat zijn de volgende stappen?

De beslissing
Welke feiten vormen samengevat de onderbouwing van de beslissing of de afweging? Welke concrete stappen worden er gezet? Wanneer en door wie? Wat als de situatie verandert (plan B)?

De niet genomen beslissing
Hoe gaan we om met de gevolgen van de beslissing die niet genomen is? Welke mogelijkheden zijn er voor (gedeeltelijk) herstel?

Hulpmiddelen: plan van aanpak, familiegroepsplan, herstelplan, veiligheidsplan, …

“De viervensters is een hulpmiddel voor de praktijk van het sociaal werk

Adri van Montfoort over de viervensters